Aardappeljacht

Als je in Maastricht woont en in de omgeving gaat fietsen, verzeil je geregeld in een toertocht. Zo ook gisteren. De route van de Mh2d opfietsend pikte ik aan bij een groepje dat iets boven mijn gemiddelde snelheid reed. Uit de wind zittend kostte het me echter geen moeite om te volgen. Toen we ingehaald werden door een nog snellere groep maakte mijn groepje geen aanstalten om aan te haken. Ik probeerde er even later wel naar toe te rijden. Tevergeefs, want na een kasseienstrook en enkele haakse bochten eindigde mijn oversteek in een heuse chasse patate. Na een tijdje behoorlijk in het rood gefietst te hebben, dreigde ik bovendien ingehaald te worden mijn eerste groepje. Hoe kon ik mezelf die vernedering besparen? Heel simpel, door de Mh2d-route zo vlug mogelijk te verlaten!


Een poëtische Trofeo Baracchi

Goed nieuws voor de wielerpoëzie: vorig jaar haalde Robin Porrez aan de Universiteit van Gent zijn Master in de taal en letterkunde met een scriptie, die als titel meekreeg: Een poëtische Trofeo Baracchi (wielrennen als thema in de Nederlandse poëzie). Uiteraard heb ik de 107 pagina's dikke scriptie als de wiedeweerga toegevoegd aan de Geschiedenis van de wielerpoëzie. De scriptie is hier te lezen. Ik vermoed dat ze vanavond nog wel een paar keer gedownload wordt.


Solidair

Als man is het moeilijk om je voor te stellen hoe het voelt om een kind te baren. Daarom wellicht dat oma's meer in spanning zitten als de weeën bij hun (schoon)dochters beginnen. Ik ben vanmiddag wel een heel klein beetje solidair geweest met mijn schoondochter, die tweehonderd kilometer verderop een wolk van een baby ter wereld bracht. Op het tijdstip van de geboorte was ik bezig mijn tiende heuvel van de dag op te pleuren. Het was wel een mooie. Boven op de Fromberg fietste ik onder een Provence-blauwe hemel langs in bloei staande wijnranken. Geen slechte omgeving om weer opa te worden. Suze, zo heet mijn tweede kleindochter. Een mooie, zachte naam. Als tweede naam kreeg ze Hanna. En daarmee worden alleen al van mijn zoons kant negen Anna en Johanna hetende (bed)overgrootmoeders geëerd. En ook dat is op een of andere manier een rustgevende gedachte. Morgen gaan we er naartoe. Benieuwd hoe Suze er uit ziet. Benieuwd ook hoe de bijna tweejarige Maite op haar zusje reageert.


Bordjes

De bedenkers en uitvoerders van bordjesroutes hebben het niet makkelijk: hoe groot is het budget dat men ter beschikking krijgt, hoe wijst men fiets- en wielertoeristen het best de weg? Bij de kerk in Wahlwiller volgen de VVV-knooppuntenroute en de Amstel Gold Race dezelfde weg naar de Kruisberg, maar het ene bordje zegt dat je linksaf en het andere dat je rechtdoor moet gaan. Wat is er aan de hand? Beide bordjes geven in ieder geval aan dat je de weg die van rechts komt moet negeren. Even verderop zegt ook de Amstel Gold Race dat je linksaf moet. Het lijkt er op dat de mensen van de Amstel Gold Race de wielertoeristen er voor willen behoeden dat ze het voetpad naar de ingang van de kerk nemen. Hebben de mensen van het VVV daar minder moeite mee of schatten ze het oriëntatievermogen van hun doelgroep hoger in? Hoe het ook zij: een bezoek aan de Sint Cunibertuskerk kan nooit kwaad: niet alleen is er de beroemde kruisweg van Aad de Haas te bewonderen, het is ook goed voor je zielenheil!


Iedere week een col

Moet je als 65-plusser nog uitdagingen op de fiets (willen) aangaan? Zijn er nog cols die ik aan mijn lijstje moet toevoegen? Zijn er nog tochten die ik op mijn palmares wil schrijven? Nee, er is niets meer wat persé hoeft, máár, er is van alles wat nog mag. Als je, net als ik, in één van de mooiste fietsgebieden van Europa woont, is elke tocht een feest. Het enige wat ik kan doen is zorgen dat ik voorbereid ben voor het geval er iets op mijn pad komt. Zo kreeg ik gisteren een mailtje met de vraag of ik zin heb om volgend jaar mee te gaan naar Barcelonette. Of dat weekje fietsen in de Alpen doorgaat of niet, maakt niets uit. Tussen alle andere tochtjes door probeer ik iedere week een col op te fietsen: een rondje van 75 tot 100 km met zoveel Mergellandse hellingen dat ik 15 tot 25 kilometer klim. Dat kan in de lente, de zomer en de herfst. In de winter mag het een colletje zijn. En nu kijken hoe lang, tot op welke leeftijd, ik dat vol houd. Ik ben benieuwd!



Getrapte tradities

Met het ouder worden lijken er steeds meer tradities te ontstaan. In oktober fietsen we voor de derde keer het Rondje Ritz. Volgende week pedaleer ik voor de tiende keer mijn jaarlijkse toer met Ivo, een jeugdvriend uit Godsheide. En het afgelopen weekend was ik met Paula in Egmond aan Zee. Na Drenthe, Zuid-Limburg en de Veluwe vormde de Noordzee het decor voor ons peddelend treffen met Anna en Wiebe, de ouders van één van onze schoondochters. De eerste dag fietsten we onder een zomerse zon 85 km lang door de duinen en langs de zee. Op dag twee peddelden we een winderig en regenachtig (maar wel gezellig) rondje van 50 km door duinreservaten. Wat me wederom duidelijk werd: heuvelloos fietsen kun je in Nederland het mooist langs de Noordzee. Zeker als je hoofd behoefte heeft aan weldadig leegwaaien & eindeloze troost!


Bikkels & krabbers

Morgen vindt de tweede Iron Man Maastricht plaats. De start van alle onderdelen wordt bij wijze van spreken in mijn achtertuin gegeven. Ik vrees dat ik me weer een hele dag ga vergapen aan al die afgetrainde dames en heren. Vorig jaar vond ik het zo indrukwekkend dat ik er een gedicht over schreef. Vanmorgen fietste ik het rondje (van 90 km) dat de Ironmanners morgen twee keer moeten afleggen. Het is een verrassend mooi rondje over veelal rustige, smalle binnenwegen. Een rondje dat ik zelf niet zou bedenken. Eerst het Mergelland (met de Geulhemmerberg, de Bemelerberg en de Keunestraat), vervolgens een stukje Wallonië (met de Hallembaye), dan een flink stuk behoorlijk golvend Haspengouw om daarna langs het Alberkanaal terug te keren naar Maastricht. In de kernen van Eijsden, Bilzen en Maastricht zullen de deelnemers, zo vermoed ik, met veel kabaal aangemoedigd worden. Op de Bemelerberg werd ik ingehaald door drie (de spieren los trappende) Franse triatleten, twee dames en een heer. Ze gedoogden me aan hun wiel. Ook op de Keunestraat hoefde ik niet veel moeite te doen om hen te kunnen volgen. Toen ze om beurt sprintjes gingen trekken op het vals plat naar Herckenrade, kon ik het vergeten. Ik wist meteen weer tot welke categorie sporters ik hoor.


Sjoost

Iedere woensdagmiddag vertrekken mijn dierbare echtgenote en ik vanuit Maastricht naar Utrecht om daar op Maite, de twintig maanden oude dochter van Gijs, onze jongste zoon, te passen. Op donderdagavond keren we huiswaarts. Onze oudste zoon, Joost, woont ook in Utrecht. Hij komt geregeld even langs. Vaak op de racefiets, in wieleroutfit. Zo nu en dan moet Maite accepteren dat de oppas-opa met haar speelt terwijl hij ook de koers op TV in de gaten houdt. 'Opa koers,' hoorde dan ook bij pakweg de eerste dertig woorden die zij duidelijk kon uitspreken. Zeker als Maite Thomas de Gendt ziet fietsen, denkt ze dat het Joost is: 'Kijk, Sjoost, koers.' Gisteren was het  helemaal feest toen Thomas vooruit reed in de Tourrit met aankomst op de Ventoux. Dat hij won betekende dat hij uitgebreid in beeld kwam, ondanks het dêbacle (met Froome, Porte en Mollema) dat even later plaats vond. Thomas moest even uitblazen, hij stond voorovergebogen, hoofd en armen steunend op een dranghek. Wat Maite deed opmerken: 'Kijk, Sjoost slapen, Sjoost moe.'



Joost & Thomas

Brakkeberg

Vandaag een rondje van 80 km met 14 hellingen gefietst. Héérlijk. Het was typisch zo'n dag dat je alleen gepensioneerden tegenkomt. Behalve op de Brakkeberg (700 m lang, gemiddeld 8,6%). Een eindje voor me uit peddelde een schooljongen naar boven. Dertien jaren oud en eerstejaars VWO, zo bleek later. Na 450 meter zette hij voet aan de grond. Toen ik hem naderde sprong hij vlug weer op zijn fiets en probeerde me voor te blijven. Het was hem gegund. Boven bleef hij naast me fietsen.
'Volgende keer moet je wel in één keer naar boven,' zei ik.
'Het is nog vroeg, 'antwoordde hij, 'en ik kom van school.'
'Nu al klaar?'
'Proefwerk gehad, biologie.'
'Goed gegaan?'
'Gaat wel.'
'Vind je fietsen leuk?'
'Helemaal niet, 't is dat ik iedere dag van Vilt naar Meerssen moet en weer terug.'
'En je fietst zo goed bergop!'
'Mwah....ik vind het toch niet leuk.'
Nog acht proefwerken en acht keer de Brakkeberg op en hij heeft vakantie. Het leek wel of ik een gesprek voerde met mijn jongste zoon, twintig jaar geleden.